dinsdag 20 mei 2008

Donner gedraagt zich als een slecht baasje

Het Reformatorisch Dagblad heeft e.e.a. over Wajongregeling op een rij gezet:

Wajongregeling leidt tot reuring

Marcel ten Broeke

DEN HAAG - Na de slepende affaire omtrent versoepeling van het ontslagrecht botst de PvdA nu opnieuw met minister Donner van Sociale Zaken. Dossier: de Wajongregeling. Wat is er loos?

De Wajongregeling?

De Wajongregeling is de uitkeringsregeling voor arbeidsongeschikte jongeren. Wie voor het 17e levensjaar of tijdens een studie voor meer dan 25 procent arbeidsongeschikt is geworden, ontvangt op dit moment een definitief recht op een uitkering oplopend tot 75 procent van het minimumloon. De Wajong is in het leven geroepen omdat jonggehandicapten zich, wegens het ontbreken van een arbeidsverleden, niet kunnen beroepen op WAO of WIA. Op dit moment hebben zo’n 170.000 jongeren een Wajonguitkering.

Is dat een probleem?

Dat bijna een op de tien jongeren inmiddels (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is verklaard, is op zichzelf al opvallend te noemen. Maar met name de groei van het aantal jonggehandicapten baart zorgen. In vijf jaar tijd is de instroom in de Wajong verdubbeld. Jaarlijks komen er ruim 15.000 jongeren bij: iedere 35 minuten één. Niets wijst op een afvlakking van die groei. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft becijferd dat, wanneer er niet wordt ingegrepen, het aantal Wajongers op termijn kan oplopen tot meer dan een half miljoen. De kosten zullen daarmee stijgen van 2 miljard naar 5 miljard euro. Vergelijkingen met het WAO-drama uit de jaren tachtig en negentig zijn al getrokken. Destijds steeg het aantal arbeidsongeschikten in relatief korte tijd van 200.000 naar zo’n 800.000 personen.

En dat wil Donner nu voorkomen?

Donner vreest dat het inkomensvangnet dat jonggehandicapten nu wordt geboden ook een net is waarin deze jongeren gevangen blijven. Maar liefst 98 procent van de instromers in de Wajong wordt volledig arbeidsongeschikt verklaard. De uitstroom uit de regeling is nihil. Wie eenmaal een Wajonguitkering heeft, houdt deze vaak de rest van zijn leven. De CDA-bewindsman wil de uitkeringsregeling voor nieuwe jonggehandicapten daarom aanpassen om meer jongeren aan het werk te helpen.

Kan dat?

Volgens Donner wel. Onderzoek door uitkeringsorganisatie UWV heeft uitgewezen dat slechts een op de vijf Wajongers absoluut niet kan werken. De grootste groep zou dus wel degelijk in staat zijn te werken en (al dan niet gedeeltelijk) een eigen inkomen te verdienen. Nu komt dat niet uit de verf: slechts een kwart van alle mensen in de Wajong werkt, de meerderheid in een sociale werkplaats. Slechts 9 procent werkt bij een reguliere werkgever.

Hoe luidt Donners voorstel?

Als het aan Donner ligt, worden jongeren die niet volledig worden afgekeurd vanaf 2010 ertoe verplicht een baan te accepteren. Het geld dat ze verdienen, vult de overheid aan tot maximaal 70 procent van het minimumloon, in plaats van 75 procent nu. Ook wil Donner jongeren niet langer op hun 18e definitief laten keuren, maar een tweede keuring uitvoeren als ze 27 zijn. Voor jongeren die vanwege hun beperking niet in staat worden geacht te werken, blijft de huidige regeling intact.

En de PvdA vindt dat dus niets?

De PvdA vindt Donners voorstel „onbespreekbaar”, „onacceptabel” en „in strijd met het regeerakkoord.” De sociaaldemocraten zijn er vooral op tegen dat de uitkering van Wajongers wordt verlaagd. De partij bepleit vooral positieve maatregelen om jonggehandicapten aan de slag te krijgen, zoals het stimuleren van scholing.

Hoe reageren maatschappelijke organisaties?

Wisselend. Iedereen is het erover eens dat meer Wajongers aan een baan moeten worden geholpen, maar daar zit nu juist het probleem. Werkgevers zijn nu vaak huiverig om ”jongeren met een vlekje” in dienst te nemen. Ondanks een waaier aan stimuleringsregelingen, zoals no-riskpolissen, subsidies voor aanpassingen op de werkplek, premiekortingen, proefplaatsing en loondispensatie. Dat probleem wordt niet opgelost door een lagere uitkering.

maandag 19 mei 2008

Donner is een ramp

In het NRC staat het bericht:


Werkplicht en minder geld gehandicapte

Door een onzer redacteuren

Den Haag, 19 mei. Jonggehandicapten die kunnen werken, krijgen vanaf 2010 geen uitkering meer van 75 procent van het minimumloon. Zij krijgen een baan op maat en hun loon wordt aangevuld tot 70 procent minimumloon.

Dat is althans het voorstel dat minister Donner (Sociale Zaken, CDA) vrijdag wil voorleggen aan ministerraad. Het voorstel heeft alleen betrekking op nieuwe gevallen. Het is niet zeker dat zijn voorstel ook wordt goedgekeurd, want coalitiepartner PvdA verzet zich tegen een verlaging van de zogenoemde Wajong-uitkering. Volgens de sociaal-democraten druist dit in tegen het coalitieakkoord van vorig jaar, waarin juist een verhoging tot 75 procent was afgesproken, die ook is ingevoerd. „Het verlagen van de uitkering vind ik geen goede manier om jonggehandicapten aan het werk te helpen”, zegt Tweede Kamerlid Hans Spekman (PvdA). „Wel is het goed als er aangepast werk voor hen komt.”
Het aantal jongeren dat vanaf zijn achttiende verjaardag een jonggehandicaptenuitkering krijgt, groeit hard. Elk jaar komen er zo’n 16.000 nieuwe ‘Wajongers’ bij. Inmiddels zijn er zo’n 167.000 mensen met zo’n uitkering, die zij in principe houden tot hun 65ste. Als de groei in dit tempo doorzet, zijn er in 2040 416.000 Wajongers. De kosten lopen dan op van bijna 2 miljard euro naar bijna 5 miljard.
Het merendeel van de Wajongers is afkomstig uit het speciaal onderwijs en een steeds groter percentage is niet lichamelijk gehandicapt maar heeft een lichte verstandelijke beperking (wat vroeger zwakbegaafdheid werd genoemd) of een stoornis als autisme of ADHD. De meesten van hen hebben nog nooit gewerkt.
Jongeren die door hun beperking niet 75 procent van het minimumloon kunnen verdienen, krijgen nu een volledige uitkering. Dat geldt ook voor jongeren die in een aangepaste baan bijvoorbeeld wel 20 of 40 procent van het minimumloon zouden kunnen verdienen. Werken is voor hen vaak niet lonend, het extra verdiende geld wordt ingehouden op de uitkering. Donner wil dat veranderen: wie meer verdient dan 20 procent van het minimumloon, mag de helft van het extra geld houden.
De bewindsman verwacht dat voor eenderde van de Wajongers werken echt onmogelijk is. Voor alle anderen moet aangepast werk worden gezocht. Werkgevers en vakbeweging zullen daarover afspraken maken in cao’s.

Piet Hein Donner is een minister die nauwelijks of geen sociaal gevoel heeft: een echte kamergeleerde die in zijn eigen wereld van maakbaarheid leeft. Het is duidelijk dat het CDA geen sociaal gezicht (meer) heeft, maar een 'christelijke' partij op het financieel economische vlak zich nauwelijks meer onderscheid van de VVD.


Nieuws - Werken loont niet voor de jonge gehandicapte Nieuws - Jongere met handicap moet aan het werk Discussie - Jonggehandicapten verplichten tot werk?

dinsdag 6 mei 2008

Gehandicapte door nalatigheid dood

In de Telegraaf staat

Familie: Hulp was nalatig

Bertus stierf door nalatigheid

door Jan Colijn

VRIEZENVEEN - De nabestaanden van de 51-jarige Bertus Kikkert uit het Twentse Vriezenveen dienen een klacht in tegen de begeleiders van deze verstandelijk gehandicapte, die geruime tijd thuis heeft gelegen.

Vandaag wordt hij begraven, maar zijn lichaam was intussen al dusdanig gehavend dat zijn familie en vrienden hem niet terug mogen zien. "Door nalatigheid kunnen we niet eens fatsoenlijk afscheid nemen van onze Bertus" , zegt zijn zus Geertjen Bakker-Kikkert.
Bertus woonde bij zijn ouders tot zijn moeder naar het verzorgingshuis ging. "Vorig jaar ging hij zelfstandig wonen onder begeleiding", zegt zus Geertjen. "Dat hield in dat hij dagelijks de thuishulp over de vloer kreeg. Er waren strikte afspraken. Wij hadden de plicht de thuishulp te melden wanneer Bertus bijvoorbeeld bij ons zou zijn. Anderzijds moest de thuishulp alarm slaan wanneer niet werd opengedaan."
"Op 1 mei, Hemelvaart, is bij Bertus aangebeld, maar niemand deed open. Pas in de loop van vrijdagmiddag werden wij gebeld door de Stichting Philadelphia, een organisatie die gehandicapten begeleidt, of Bertus bij ons was. We sprongen in de auto en hebben hem in zijn slaapkamer gevonden. De verwarming stond op 21 graden en het was een afschuwelijk gezicht."
Bertus overleed vermoedelijk door een epileptische aanval. Geertjen is aangeslagen: "Ik heb 24 uur per dag mijn mobieltje bij me. Speciaal voor Bertus. Soms belde hij drie dagen niet, soms zes keer op een dag. Vorige week waren we een paar dagen naar de camping en dan gebeurt dit."
Het blijft onduidelijk waar het exact mis ging. "Onze thuishulp heeft driemaal aangebeld", zegt Rosalinda van Loon van de Thuiszorg Noord-West Twente. "Toen er niet werd opengedaan, is dit gemeld bij Huize Elzenhoek van de Stichting Philadelphia. We hadden de afspraak dat we iedere werkdag de heer Kikkert zouden verzorgen. Er gold een uitzondering voor weekenden en feestdagen. Mogelijk is er verwarring ontstaan omdat het Hemelvaart was."
Een woordvoerder van de Stichting Philadelphia kon gisteren niet reageren: " Het is Bevrijdingsdag en de mensen die weten hoe de vork in de steel zit, zijn onbereikbaar." Wel laat hij weten dat de zaak tot op de bodem wordt uitgezocht.
Thuiszorg vindt het een goede zaak wanneer de familie een klacht indient: " Als organisatie kunnen we daar alleen maar van leren."

maandag 5 mei 2008

Discriminatie van gehandicapten

In het Reformatorisch Dagblad stond zaterdag het bericht:

Gehandicapten krijgen minder snel een bril

AMSTERDAM (ANP) - Bijna vier op de tien verstandelijk gehandicapten die een bril nodig hebben, krijgen die niet voorgeschreven.

Dat komt door terughoudendheid van artsen en verzorgers, concludeert het Tijdschrift voor Geneeskunde na onderzoek dat zaterdag in het blad wordt gepubliceerd.
Oorzaak van die terughoudendheid is mogelijk dat veel gehandicapten niet kunnen lezen en dat daardoor niet opvalt dat zij slecht kunnen zien, schrijft het blad.
Bij ernstig gehandicapten die een oogoperatie zouden moeten ondergaan, wordt bij slechts 55 procent die ingreep ook daadwerkelijk uitgevoerd, blijkt uit het onderzoek. Slechtziendheid en blindheid komen onder volwassen verstandelijk gehandicapten tien keer vaker voor dan bij mensen zonder verstandelijke beperking.

Dat mensen met een verstandelijke handicap niet als volwaardige mensen worden gewaardeerd, wordt duidelijk met deze praktijk. Het is mijns inziens de consequentie van de nieuwe doctrine dat zorg moet concureren, en in dit concrete geval betekent dat: over de zorg van de zwakken heen. Nedeland is geen sociaal land...

Gehandicapten krijgen minder snel een bril
'

maandag 28 april 2008

De Ark in Gouda

In het Dagblad Trouw staat het lezenswaardige bericht over De Ark in Gouda:

De Ark leert vooral van gehandicapteDe Ark leert vooral van gehandicapte

Moeten gehandicapten in een woonwijk of een instelling, luidt de discussie. Of kan er niet gewoon plaats zijn voor diversiteit in de gehandicaptenzorg? In Gouda is al veertien jaar een bijzondere vorm van gehandicaptenzorg.

Door Irene de Pous

De term ’geestelijk gehandicapte’ hoor je er niet. In de Ark-leefgemeenschap in Gouda gaat het over huisgenoten, makkers, of mensen met een verstandelijke beperking. Geestelijk kunnen wij namelijk juist veel leren van mensen die door de maatschappij gezien worden als ’met een foutje’.
In de Zuid-Hollandse leefgemeenschap, waar mensen met een verstandelijke beperking samen wonen met zogenoemde ’assistenten’, is het de omgekeerde wereld. Een plaats waar de assistenten, in de ogen van de wereld normale mensen, zeggen echt zichzelf te kunnen zijn, en zich ondanks hun eigen handicaps geaccepteerd voelen. Om half acht ’s ochtends is Rendy al geconcentreerd zijn brood aan het smeren, Thea heeft ruzie met de koffiepot.
Klop, klop, ’Goeiemorgen’, komt Joeri binnen, zet zijn knuffels Tommie, Ienie Mieni en Aap op de bank en gaat ook zijn brood smeren. Drie kwartier later heeft hij zijn Feyenoordtrommeltje gevuld en moet snel nog wat eten. Het woord zorginstelling klinkt een beetje vreemd in deze huiskamer. Het ontbijttafereel in de officiële AWBZ-instelling doet meer denken aan een gezin, waar iedereen op zijn eigen tijd beneden komt, brood smeert, ontbijt en zich haast om op tijd klaar te zijn voor het werk.
Assistenten en bewoners zitten samen aan een grote tafel, vertellen wat ze gaan doen vandaag, wie er moet koken. Haast ongemerkt sturen de assistenten aan – ’dat is wel heel veel boter’, ’zo past het niet in het trommeltje’, ’heb je al melk gedronken’, maar wat iemand zelf kan, moet hij zelf doen. Zoals broodsmeren, al kost dat drie kwartier.
De gemeenschap in Gouda hoort bij een internationaal netwerk van meer dan 130 L’Arche (Ark)-gemeenschappen, waar mensen met en zonder handicap samenwonen op spirituele basis. De Franse marinier Jean Vanier legde de basis, toen hij in 1963 twee verstandelijk gehandicapten vroeg bij hem te komen wonen. Hij doopte het kleine huis in Trosly-Breuil L’Arche, naar de Ark van Noach.
Van een kleine woongemeenschap groeide de Ark uit tot een visie, door een Vaticaans prelaat eens omschreven als: niet wij die goed doen aan de armen, maar de armen die ons goed doen.
Door het samenleven met verstandelijk gehandicapten leren we onze eigen beperkingen kennen en accepteren, en dat helpt ons groeien, is de gedachte. Leren van elkaar. Vanier, die tot op de dag van vandaag de wereld over reist om deze visie uit te dragen, illustreert dit met het verhaal van een van de bewoners. De jongen deed mee aan een hardloopwedstrijd voor gehandicapten. Op kop lopend zag hij in het zicht van de finish een medefinalist vallen. Hij stopte, hielp hem overeind en ze renden samen naar de finish. „Ik kon hem toch niet laten vallen”, legde hij simpel uit.
In Nederland kreeg de Ark bekendheid door de rk priester Henri Nouwen, die een groot deel van zijn leven in een Arkgemeenschap in Canada woonde en een begenadigd vertolker was van de Ark-spiritualiteit. Dat ons eigen land een Arkgemeenschap heeft, is echter bij weinig mensen bekend. De Goudse Ark is relatief nieuw: de eerste pioniers zaten in 1994 samen om de eettafel in het eerste huis.
Het begon met drie verstandelijk gehandicapten en twee inwonende assistenten. Drie jaar geleden opende een tweede huis, geheel nieuw gebouwd op de grond van een oude steenfabriek in een woonwijk te Gouda. Hier bevindt zich nu ook het Ateljee van de Ark, waar een aantal bewoners en verstandelijk gehandicapten van elders overdag werken.
De werkdag in het Ateljee begint met het ochtendgebed. Een bel, een kaarsje, een lied en een verhaal. Dan mag iedereen bidden. Bewoonster Esther, die niet praat maar knuffelt, wijst een assistent aan, en dan de vreemde journaliste. Dat die ook een mooie dag mag hebben. Het gebed van een andere makker (’Ja, God, dat ik vandaag weer mensen mag helpen’) is soms niet te verstaan door de geluiden van bewoner Walter. Walter praat niet maar rent als hij vrolijk is heen en weer.
Oorspronkelijk een katholieke gemeenschap, nemen de Arkhuizen in elk land een passende levensbeschouwelijke kleur aan. In Gouda bestond het oprichtingsgroepje zowel uit katholieken als protestanten, dus werd het een oecumenische gemeenschap. Rond theetijd komt iedereen weer in de huiskamer binnendruppelen.
’Klop, klop. Goeiemorgen’, komt Joeri binnen, haalt Tommie, Ieni Mieni en Aap uit zijn tas en gaat naast hen op de bank zitten. Willie komt verstopt achter haar tas aanlopen en opent een kietelaanval op een assistente. Rendy blijft een tijdje staan en neemt uiteindelijk ook schuchter plaats.
„Hoe was je dag, Rendy?”, vraagt een assistente. Na geduldig wachten komt het antwoord. „Ik heb iets nieuws gedaan met kunst. Mooie kleuren”, zegt hij bijna onverstaanbaar. Na de thee gaan sommigen ontspannen, anderen ruimen hun kamer op of maken het eten klaar.
De combinatie spirituele leefgemeenschap en officiële AWBZ-instelling is niet altijd even makkelijk, vertelt gemeenschapverantwoordelijke Corrie de Graaf. „Bij het eerste bezoek van de inspectie waren we een risicogroep. Op hun vragen hadden we geen goed antwoord. Maar de vragen die we wel konden beantwoorden stelden ze niet.”
Als voorbeeld noemt ze het moment van thuiskomen. „Dat is een bijzonder moment, waarop je de kwaliteit van het samenleven ziet. Maar daar zijn verder geen protocollen over.”
De afgelopen jaren ging er daarom veel tijd heen met het schrijven van protocollen om aan de eisen van de inspectie te voldoen, wat inmiddels gelukt is. „Formaliseren is nodig om een AWBZ-instelling te blijven, met bijbehorende geldstroom. Maar we doen ons best ook de Ark-identiteit te behouden”, aldus De Graaf.
Was het in het begin een bijna kloosterachtige roeping om in de Ark te wonen, met bijbehorende soberheid, nu hebben assistenten een cao en salaris naar opleiding en functie. Lang niet alle assistenten wonen meer de hele week in de Ark. Het zijn vooral de vrijwilligers, veelal jongeren die een jaar in de gemeenschap komen wonen en de Ark als woonhuis hebben.
Toch blijft de grens tussen werk en vrije tijd vaag. Een assistente vertelt dat ze aan haar schoonfamilie moeilijk uit kan leggen waarom ze in haar vrije tijd toch vaak naar haar ’werk’ gaat. „Ik zie het als een van mijn huizen, niet als een zorginstelling.”
„Ik heb een arbeidscontract maar ik geef meer en krijg meer”, vertelt een andere assistent. „Je zit ’s avonds op dezelfde bank, gebruikt dezelfde badkamer. Soms is het pittig, maar je krijgt er vriendschappen voor terug.” Het maakt de Ark zowel aantrekkelijk als kwetsbaar. Volgens Cecile de Quay, een van de pioniers en sinds een jaar weer terug in de Ark, is de professionalisering daarom niet per se slecht.
„Het is goed je eigen grenzen in de gaten te houden. Maar als je hier binnenkomt met het idee ’ik ga acht uur werken’ zonder je innerlijk open te stellen voor de meerwaarde, red je het niet.”
Wie mee kan denken, denkt mee in de gemeenschap. Zoals bij de verbouwing van een van de huizen deze zomer. Wegens verzakking zal het waarschijnlijk opnieuw worden gebouwd. De bewoners hebben hun ideeën geleverd voor het nieuwe huis: een gastenkamer, houtkachel, kapelletje. „Dat is het mooie”, vertelt bewoner Thea, „iedereen mag overal over meedenken.”
Na het avondeten, als Thea en Willie de wekelijkse berg was gestreken hebben, gaan de kaarsjes aan voor het avondgebed. Een assistente bidt voor Joeri, die zojuist boos was en niet bij het gebed zit, maar iets verderop. Als Thea en Rendy geweest zijn komt Joeri aanlopen. Als eerste wijst hij de vreemde journaliste aan. Dan noemt hij zijn vader, moeder, opa, oma en alle huisgenoten.