maandag 19 mei 2008

Donner is een ramp

In het NRC staat het bericht:


Werkplicht en minder geld gehandicapte

Door een onzer redacteuren

Den Haag, 19 mei. Jonggehandicapten die kunnen werken, krijgen vanaf 2010 geen uitkering meer van 75 procent van het minimumloon. Zij krijgen een baan op maat en hun loon wordt aangevuld tot 70 procent minimumloon.

Dat is althans het voorstel dat minister Donner (Sociale Zaken, CDA) vrijdag wil voorleggen aan ministerraad. Het voorstel heeft alleen betrekking op nieuwe gevallen. Het is niet zeker dat zijn voorstel ook wordt goedgekeurd, want coalitiepartner PvdA verzet zich tegen een verlaging van de zogenoemde Wajong-uitkering. Volgens de sociaal-democraten druist dit in tegen het coalitieakkoord van vorig jaar, waarin juist een verhoging tot 75 procent was afgesproken, die ook is ingevoerd. „Het verlagen van de uitkering vind ik geen goede manier om jonggehandicapten aan het werk te helpen”, zegt Tweede Kamerlid Hans Spekman (PvdA). „Wel is het goed als er aangepast werk voor hen komt.”
Het aantal jongeren dat vanaf zijn achttiende verjaardag een jonggehandicaptenuitkering krijgt, groeit hard. Elk jaar komen er zo’n 16.000 nieuwe ‘Wajongers’ bij. Inmiddels zijn er zo’n 167.000 mensen met zo’n uitkering, die zij in principe houden tot hun 65ste. Als de groei in dit tempo doorzet, zijn er in 2040 416.000 Wajongers. De kosten lopen dan op van bijna 2 miljard euro naar bijna 5 miljard.
Het merendeel van de Wajongers is afkomstig uit het speciaal onderwijs en een steeds groter percentage is niet lichamelijk gehandicapt maar heeft een lichte verstandelijke beperking (wat vroeger zwakbegaafdheid werd genoemd) of een stoornis als autisme of ADHD. De meesten van hen hebben nog nooit gewerkt.
Jongeren die door hun beperking niet 75 procent van het minimumloon kunnen verdienen, krijgen nu een volledige uitkering. Dat geldt ook voor jongeren die in een aangepaste baan bijvoorbeeld wel 20 of 40 procent van het minimumloon zouden kunnen verdienen. Werken is voor hen vaak niet lonend, het extra verdiende geld wordt ingehouden op de uitkering. Donner wil dat veranderen: wie meer verdient dan 20 procent van het minimumloon, mag de helft van het extra geld houden.
De bewindsman verwacht dat voor eenderde van de Wajongers werken echt onmogelijk is. Voor alle anderen moet aangepast werk worden gezocht. Werkgevers en vakbeweging zullen daarover afspraken maken in cao’s.

Piet Hein Donner is een minister die nauwelijks of geen sociaal gevoel heeft: een echte kamergeleerde die in zijn eigen wereld van maakbaarheid leeft. Het is duidelijk dat het CDA geen sociaal gezicht (meer) heeft, maar een 'christelijke' partij op het financieel economische vlak zich nauwelijks meer onderscheid van de VVD.


Nieuws - Werken loont niet voor de jonge gehandicapte Nieuws - Jongere met handicap moet aan het werk Discussie - Jonggehandicapten verplichten tot werk?

dinsdag 6 mei 2008

Gehandicapte door nalatigheid dood

In de Telegraaf staat

Familie: Hulp was nalatig

Bertus stierf door nalatigheid

door Jan Colijn

VRIEZENVEEN - De nabestaanden van de 51-jarige Bertus Kikkert uit het Twentse Vriezenveen dienen een klacht in tegen de begeleiders van deze verstandelijk gehandicapte, die geruime tijd thuis heeft gelegen.

Vandaag wordt hij begraven, maar zijn lichaam was intussen al dusdanig gehavend dat zijn familie en vrienden hem niet terug mogen zien. "Door nalatigheid kunnen we niet eens fatsoenlijk afscheid nemen van onze Bertus" , zegt zijn zus Geertjen Bakker-Kikkert.
Bertus woonde bij zijn ouders tot zijn moeder naar het verzorgingshuis ging. "Vorig jaar ging hij zelfstandig wonen onder begeleiding", zegt zus Geertjen. "Dat hield in dat hij dagelijks de thuishulp over de vloer kreeg. Er waren strikte afspraken. Wij hadden de plicht de thuishulp te melden wanneer Bertus bijvoorbeeld bij ons zou zijn. Anderzijds moest de thuishulp alarm slaan wanneer niet werd opengedaan."
"Op 1 mei, Hemelvaart, is bij Bertus aangebeld, maar niemand deed open. Pas in de loop van vrijdagmiddag werden wij gebeld door de Stichting Philadelphia, een organisatie die gehandicapten begeleidt, of Bertus bij ons was. We sprongen in de auto en hebben hem in zijn slaapkamer gevonden. De verwarming stond op 21 graden en het was een afschuwelijk gezicht."
Bertus overleed vermoedelijk door een epileptische aanval. Geertjen is aangeslagen: "Ik heb 24 uur per dag mijn mobieltje bij me. Speciaal voor Bertus. Soms belde hij drie dagen niet, soms zes keer op een dag. Vorige week waren we een paar dagen naar de camping en dan gebeurt dit."
Het blijft onduidelijk waar het exact mis ging. "Onze thuishulp heeft driemaal aangebeld", zegt Rosalinda van Loon van de Thuiszorg Noord-West Twente. "Toen er niet werd opengedaan, is dit gemeld bij Huize Elzenhoek van de Stichting Philadelphia. We hadden de afspraak dat we iedere werkdag de heer Kikkert zouden verzorgen. Er gold een uitzondering voor weekenden en feestdagen. Mogelijk is er verwarring ontstaan omdat het Hemelvaart was."
Een woordvoerder van de Stichting Philadelphia kon gisteren niet reageren: " Het is Bevrijdingsdag en de mensen die weten hoe de vork in de steel zit, zijn onbereikbaar." Wel laat hij weten dat de zaak tot op de bodem wordt uitgezocht.
Thuiszorg vindt het een goede zaak wanneer de familie een klacht indient: " Als organisatie kunnen we daar alleen maar van leren."

maandag 5 mei 2008

Discriminatie van gehandicapten

In het Reformatorisch Dagblad stond zaterdag het bericht:

Gehandicapten krijgen minder snel een bril

AMSTERDAM (ANP) - Bijna vier op de tien verstandelijk gehandicapten die een bril nodig hebben, krijgen die niet voorgeschreven.

Dat komt door terughoudendheid van artsen en verzorgers, concludeert het Tijdschrift voor Geneeskunde na onderzoek dat zaterdag in het blad wordt gepubliceerd.
Oorzaak van die terughoudendheid is mogelijk dat veel gehandicapten niet kunnen lezen en dat daardoor niet opvalt dat zij slecht kunnen zien, schrijft het blad.
Bij ernstig gehandicapten die een oogoperatie zouden moeten ondergaan, wordt bij slechts 55 procent die ingreep ook daadwerkelijk uitgevoerd, blijkt uit het onderzoek. Slechtziendheid en blindheid komen onder volwassen verstandelijk gehandicapten tien keer vaker voor dan bij mensen zonder verstandelijke beperking.

Dat mensen met een verstandelijke handicap niet als volwaardige mensen worden gewaardeerd, wordt duidelijk met deze praktijk. Het is mijns inziens de consequentie van de nieuwe doctrine dat zorg moet concureren, en in dit concrete geval betekent dat: over de zorg van de zwakken heen. Nedeland is geen sociaal land...

Gehandicapten krijgen minder snel een bril
'

maandag 28 april 2008

De Ark in Gouda

In het Dagblad Trouw staat het lezenswaardige bericht over De Ark in Gouda:

De Ark leert vooral van gehandicapteDe Ark leert vooral van gehandicapte

Moeten gehandicapten in een woonwijk of een instelling, luidt de discussie. Of kan er niet gewoon plaats zijn voor diversiteit in de gehandicaptenzorg? In Gouda is al veertien jaar een bijzondere vorm van gehandicaptenzorg.

Door Irene de Pous

De term ’geestelijk gehandicapte’ hoor je er niet. In de Ark-leefgemeenschap in Gouda gaat het over huisgenoten, makkers, of mensen met een verstandelijke beperking. Geestelijk kunnen wij namelijk juist veel leren van mensen die door de maatschappij gezien worden als ’met een foutje’.
In de Zuid-Hollandse leefgemeenschap, waar mensen met een verstandelijke beperking samen wonen met zogenoemde ’assistenten’, is het de omgekeerde wereld. Een plaats waar de assistenten, in de ogen van de wereld normale mensen, zeggen echt zichzelf te kunnen zijn, en zich ondanks hun eigen handicaps geaccepteerd voelen. Om half acht ’s ochtends is Rendy al geconcentreerd zijn brood aan het smeren, Thea heeft ruzie met de koffiepot.
Klop, klop, ’Goeiemorgen’, komt Joeri binnen, zet zijn knuffels Tommie, Ienie Mieni en Aap op de bank en gaat ook zijn brood smeren. Drie kwartier later heeft hij zijn Feyenoordtrommeltje gevuld en moet snel nog wat eten. Het woord zorginstelling klinkt een beetje vreemd in deze huiskamer. Het ontbijttafereel in de officiële AWBZ-instelling doet meer denken aan een gezin, waar iedereen op zijn eigen tijd beneden komt, brood smeert, ontbijt en zich haast om op tijd klaar te zijn voor het werk.
Assistenten en bewoners zitten samen aan een grote tafel, vertellen wat ze gaan doen vandaag, wie er moet koken. Haast ongemerkt sturen de assistenten aan – ’dat is wel heel veel boter’, ’zo past het niet in het trommeltje’, ’heb je al melk gedronken’, maar wat iemand zelf kan, moet hij zelf doen. Zoals broodsmeren, al kost dat drie kwartier.
De gemeenschap in Gouda hoort bij een internationaal netwerk van meer dan 130 L’Arche (Ark)-gemeenschappen, waar mensen met en zonder handicap samenwonen op spirituele basis. De Franse marinier Jean Vanier legde de basis, toen hij in 1963 twee verstandelijk gehandicapten vroeg bij hem te komen wonen. Hij doopte het kleine huis in Trosly-Breuil L’Arche, naar de Ark van Noach.
Van een kleine woongemeenschap groeide de Ark uit tot een visie, door een Vaticaans prelaat eens omschreven als: niet wij die goed doen aan de armen, maar de armen die ons goed doen.
Door het samenleven met verstandelijk gehandicapten leren we onze eigen beperkingen kennen en accepteren, en dat helpt ons groeien, is de gedachte. Leren van elkaar. Vanier, die tot op de dag van vandaag de wereld over reist om deze visie uit te dragen, illustreert dit met het verhaal van een van de bewoners. De jongen deed mee aan een hardloopwedstrijd voor gehandicapten. Op kop lopend zag hij in het zicht van de finish een medefinalist vallen. Hij stopte, hielp hem overeind en ze renden samen naar de finish. „Ik kon hem toch niet laten vallen”, legde hij simpel uit.
In Nederland kreeg de Ark bekendheid door de rk priester Henri Nouwen, die een groot deel van zijn leven in een Arkgemeenschap in Canada woonde en een begenadigd vertolker was van de Ark-spiritualiteit. Dat ons eigen land een Arkgemeenschap heeft, is echter bij weinig mensen bekend. De Goudse Ark is relatief nieuw: de eerste pioniers zaten in 1994 samen om de eettafel in het eerste huis.
Het begon met drie verstandelijk gehandicapten en twee inwonende assistenten. Drie jaar geleden opende een tweede huis, geheel nieuw gebouwd op de grond van een oude steenfabriek in een woonwijk te Gouda. Hier bevindt zich nu ook het Ateljee van de Ark, waar een aantal bewoners en verstandelijk gehandicapten van elders overdag werken.
De werkdag in het Ateljee begint met het ochtendgebed. Een bel, een kaarsje, een lied en een verhaal. Dan mag iedereen bidden. Bewoonster Esther, die niet praat maar knuffelt, wijst een assistent aan, en dan de vreemde journaliste. Dat die ook een mooie dag mag hebben. Het gebed van een andere makker (’Ja, God, dat ik vandaag weer mensen mag helpen’) is soms niet te verstaan door de geluiden van bewoner Walter. Walter praat niet maar rent als hij vrolijk is heen en weer.
Oorspronkelijk een katholieke gemeenschap, nemen de Arkhuizen in elk land een passende levensbeschouwelijke kleur aan. In Gouda bestond het oprichtingsgroepje zowel uit katholieken als protestanten, dus werd het een oecumenische gemeenschap. Rond theetijd komt iedereen weer in de huiskamer binnendruppelen.
’Klop, klop. Goeiemorgen’, komt Joeri binnen, haalt Tommie, Ieni Mieni en Aap uit zijn tas en gaat naast hen op de bank zitten. Willie komt verstopt achter haar tas aanlopen en opent een kietelaanval op een assistente. Rendy blijft een tijdje staan en neemt uiteindelijk ook schuchter plaats.
„Hoe was je dag, Rendy?”, vraagt een assistente. Na geduldig wachten komt het antwoord. „Ik heb iets nieuws gedaan met kunst. Mooie kleuren”, zegt hij bijna onverstaanbaar. Na de thee gaan sommigen ontspannen, anderen ruimen hun kamer op of maken het eten klaar.
De combinatie spirituele leefgemeenschap en officiële AWBZ-instelling is niet altijd even makkelijk, vertelt gemeenschapverantwoordelijke Corrie de Graaf. „Bij het eerste bezoek van de inspectie waren we een risicogroep. Op hun vragen hadden we geen goed antwoord. Maar de vragen die we wel konden beantwoorden stelden ze niet.”
Als voorbeeld noemt ze het moment van thuiskomen. „Dat is een bijzonder moment, waarop je de kwaliteit van het samenleven ziet. Maar daar zijn verder geen protocollen over.”
De afgelopen jaren ging er daarom veel tijd heen met het schrijven van protocollen om aan de eisen van de inspectie te voldoen, wat inmiddels gelukt is. „Formaliseren is nodig om een AWBZ-instelling te blijven, met bijbehorende geldstroom. Maar we doen ons best ook de Ark-identiteit te behouden”, aldus De Graaf.
Was het in het begin een bijna kloosterachtige roeping om in de Ark te wonen, met bijbehorende soberheid, nu hebben assistenten een cao en salaris naar opleiding en functie. Lang niet alle assistenten wonen meer de hele week in de Ark. Het zijn vooral de vrijwilligers, veelal jongeren die een jaar in de gemeenschap komen wonen en de Ark als woonhuis hebben.
Toch blijft de grens tussen werk en vrije tijd vaag. Een assistente vertelt dat ze aan haar schoonfamilie moeilijk uit kan leggen waarom ze in haar vrije tijd toch vaak naar haar ’werk’ gaat. „Ik zie het als een van mijn huizen, niet als een zorginstelling.”
„Ik heb een arbeidscontract maar ik geef meer en krijg meer”, vertelt een andere assistent. „Je zit ’s avonds op dezelfde bank, gebruikt dezelfde badkamer. Soms is het pittig, maar je krijgt er vriendschappen voor terug.” Het maakt de Ark zowel aantrekkelijk als kwetsbaar. Volgens Cecile de Quay, een van de pioniers en sinds een jaar weer terug in de Ark, is de professionalisering daarom niet per se slecht.
„Het is goed je eigen grenzen in de gaten te houden. Maar als je hier binnenkomt met het idee ’ik ga acht uur werken’ zonder je innerlijk open te stellen voor de meerwaarde, red je het niet.”
Wie mee kan denken, denkt mee in de gemeenschap. Zoals bij de verbouwing van een van de huizen deze zomer. Wegens verzakking zal het waarschijnlijk opnieuw worden gebouwd. De bewoners hebben hun ideeën geleverd voor het nieuwe huis: een gastenkamer, houtkachel, kapelletje. „Dat is het mooie”, vertelt bewoner Thea, „iedereen mag overal over meedenken.”
Na het avondeten, als Thea en Willie de wekelijkse berg was gestreken hebben, gaan de kaarsjes aan voor het avondgebed. Een assistente bidt voor Joeri, die zojuist boos was en niet bij het gebed zit, maar iets verderop. Als Thea en Rendy geweest zijn komt Joeri aanlopen. Als eerste wijst hij de vreemde journaliste aan. Dan noemt hij zijn vader, moeder, opa, oma en alle huisgenoten.

donderdag 24 april 2008

Studieavonden over mensen met een beperking

In het Nederlands Dagblad staat het artikel:

Roep om oprechte betrokkenheid in kerk

Studieavonden over mensen met een beperking

De kerk zou een alpenweide moeten zijn, met allerlei soorten planten. Zo'n kerk, waar dan ook mensen met een handicap zich thuis voelen, vraagt echte betrokkenheid, luidt de boodschap op drie regionale vergaderingen voor ambtsdragers.

door onze redacteur Reina Wiskerke

ASSEN - Het thema van drie regionale studieavonden was monter geformuleerd: 'Hoezo beperkt? Bijzonder geliefd!' Grote vraag is echter volgens Allard Weringh, die de eerste studieavond inleidde: hoe geliefd ben je werkelijk als je een beperking of handicap hebt? Onder mensen spreekt dat niet vanzelf, maar de Bijbel is er volgens hem glashelder over. ,,In de maatschappij gaat het om flitsend, trendy, snel en energiek. In het Koninkrijk van God gaat het om het zwakke, het geknakte riet, de walmende vlaspit.''
Over dit thema waren eerst drie regionale studiedagen gepland. Ze kwamen niet van de grond: te weinig aanmeldingen. Volgens Dirk-Albert Prins van het vrijgemaakt-gereformeerde Steunpunt Gemeenteopbouw, een van de organisaties achter het initiatief, zijn daar praktische oorzaken voor. Te weinig tijd voor publiciteit bijvoorbeeld. Een avondbijeenkomst is voor velen ook beter behapbaar dan een hele zaterdag vergaderen, wist hij. Voor de eerste van de drie voorlichtingsavonden, in Assen, waren dinsdagavond zo'n zeventig belangstellenden gekomen. Later volgen nog avonden in Amersfoort (13 mei) en Rotterdam (20 mei).
Allard van Weringh woonde als kind op het terrein van een psychiatrische instelling, omdat zijn vader er een baan had. Hij toonde ter inleiding zijn betrokkenheid bij mensen met een beperking - niet beroepshalve, maar als medemens en geloofsgenoot. Hij introduceerde zich als lid van de wereldkerk, afdeling Nederland, afdeling Christelijke Gereformeerde Kerk Groningen. ,,Het gaat mij om Jezus Christus.''
'Door bewogen te zijn in beweging komen', was het motto van de ,,zeventigjarige''. Hij schetste het ideaal van de kerk als alpenweide, met vele soorten planten. Er zijn volgens hem echter mensen die denken dat de kerk een veld met zonnebloemen moet zijn, zoals je die in Frankrijk wel ziet: allemaal dezelfde bloemen, keurig in het gelid. De kerk als alpenweide vraagt de bereidheid Christus werkelijk in de ander te ontmoeten. ,,Als je je echt verdiept in mensen met een beperking en met warmte naar ze kijkt, merk je hoeveel God je in hen geeft.''
Hij vertelde hoe hij als achttienjarige een paar keer naar samenkomsten ging van het Leger des Heils en zich verwonderde over wat daar aan bijzondere mensen binnenkwamen en met hoeveel liefde die werden ontvangen. Toen hij het aan zijn predikant vertelde, zei die alleen: 'De mensen van het Leger des Heils zien de kerk niet goed.' ,,Toen dacht ik: hier klopt iets niet.''
Het begrip 'beperking' heeft 'handicap' verdrongen in het jargon. Het ging op de avond over mensen met een beperking, met de aantekening dat iedereen beperkingen heeft. Daarbij leek het niet zozeer te gaan om mensen met een lichamelijke beperking of handicap. Speciale aandacht was er voor autisme in de kerk. Erik Valk van de vrijgemaakt-gereformeerde organisatie Dit Koningskind, legde er van alles over uit.
Is de aandacht voor autisme en diagnoses in die richting, zoals PDD-NOS, een modeverschijnsel? Die vraag hoort Valk nogal eens. ,,Nee, we leven in een andere maatschappij'', verklaarde hij. ,,Vroeger was er meer structuur en rust in het leven. Het onderwijs was duidelijker en er was meer omzien naar elkaar.'' Tegenwoordig worden hogere eisen aan mensen gesteld. Het onderwijs biedt minder structuur, aldus Valk. ,,Daardoor vallen mensen met PDD-NOS meer op.''
'Gewoon' geloven, ook de bekende geloofstaal, levert vaak problemen op voor mensen met autisme, legde hij uit. ,,Van iemand zonder benen verwacht je niet dat ze gaan lopen. Dan moeten we van iemand met autisme ook niet verwachten dat ze gaan geloven zoals wij.'' Zijn collega Joke Leene, ook maatschappelijk werker bij Dit Koningskind, legde uit wat ouders (kunnen) doormaken als ze een kind krijgen met een beperking. Ook zij benadrukte de noodzaak van echte ontmoeting en echte betrokkenheid. ,,Dat gaat niet vanzelf.'' Ze vroeg bijvoorbeeld ruimte voor boosheid, opstandigheid en verdriet. Als boosheid weggeslikt moet worden, komen er vaak op termijn andere klachten uit voort. Waar verdriet geuit kan worden, wordt verbittering wellicht voorkomen. Ook moet er volgens Leene ruimte zijn voor geloofsvragen, zonder dat een ambtsdrager met antwoorden klaar staat. Luisteren en doorvragen, was haar devies. En: vragen wat je voor de ander kunt doen, in plaats van zelf van alles voor de ander gaan regelen.