Nieuw
... straks
Oog in oog met mensen met een verstandelijke handicap.
... straks
Geplaatst door de beheerder van
De lof der onvolmaaktheid
op
donderdag, mei 24, 2007
0
reacties
Ik wil een opmerking maken, naar aanleiding van de inuagurele rede van Herman Meninger. Het betreft een uitspraak op bladzijde
Ik ben gecharmeerd van de hermeneutiek van de morele ervaring, zoals deze is ontwikkeld door Paul van Tongeren. In jouw eerder publicaties benadrukte Meininger de ambiguïteit, maar deze mis ik (hoofdzakelijk) in deze inauguratie. Hij thematiseert dat weliswaar met de ‘vreemde ander’, maar in jouw spreken over ‘in denken, spreken en handelen’, mis ik ‘ervaring’. Ook deze moet, en wordt – als het de ervaring ‘goed’ functioneert, toch ook getransformeerd? Ik doel op de zin:
“Zo kan een transformatie in denken, spreken en handelen tot stand komen, dieIk vraag dat, omdat we met een knipoog naar Jet Isarin, en denkend vanuit 1 Kor. 12, de ander als ‘een eigen ander’ kunt gaan verstaan, in plaats van een ‘vreemde ander’?
nieuwe betekenissen en een nieuw handelen tevoren roept in het leven van alle
betrokkenen. Eigenheid, vreemdheid en gemeenschappelijkheid kunnen dan tot een
configuratie groeien waarin de ene dimensie de andere niet overschaduwt.”
Geplaatst door de beheerder van
De lof der onvolmaaktheid
op
woensdag, mei 23, 2007
0
reacties
Geplaatst door de beheerder van
De lof der onvolmaaktheid
op
dinsdag, mei 22, 2007
0
reacties
Geplaatst door de beheerder van
De lof der onvolmaaktheid
op
maandag, mei 21, 2007
0
reacties
Tertullianus over het menselijke gelaat als het beeld Gods
De relatie tot het gelaat is, om met de woorden van de Joodse filosoof Emmanuel Levinas te spreken, van meet af aan ethisch. Dat is te illustreren aan de hand van het traktaat over de openbare spelen van de apologeet deTertullianus, uit de vroeg christelijke kerk.[1] Het is misschien een merkwaardige denkbeweging, maar de relatie die hij legt tussen het menselijk gelaat en het beeld Gods is intrigerend.
Het is interessant te zien dat hij in dat traktaat het menselijk gelaat en het beeld Gods als synoniemen verstaat. “Maar u zult toch niet ontkennen, dat wat in het stadion geschiedt, ongeschikt voor is om te zien: vuistslagen, schoppen, oorvijgen en velerlei brutale handtastelijkheden en verder alle denkbare schending van het menselijk gelaat, dat wil zeggen, van het evenbeeld Gods.” (XVIII, 1) Deze uitspraak is een interessant, omdat Tertullianus de lichamelijkheid kennelijk tot het beeld Gods rekent, dit in tegenstelling tot Aurelius Augustinus(354-430) die anderhalve eeuw later leefde en ook tegen de spelen in de theaters ageerde, maar dan een andere argumentatie hanteert.
[1] Ik maak gebruik van Tertullianus, Apologeticum en andere geschriften uit Tertullianus’ voor-mantanistische tijd. Ingeleid, vertaald en toegelicht door Christine Mohrmann, Utrecht en Brussel 1951.
Geplaatst door de beheerder van
De lof der onvolmaaktheid
op
zondag, mei 20, 2007
0
reacties