donderdag 24 mei 2007

Nieuw

... straks

woensdag 23 mei 2007

Transformatie

Ik wil een opmerking maken, naar aanleiding van de inuagurele rede van Herman Meninger. Het betreft een uitspraak op bladzijde

Ik ben gecharmeerd van de hermeneutiek van de morele ervaring, zoals deze is ontwikkeld door Paul van Tongeren. In jouw eerder publicaties benadrukte Meininger de ambiguïteit, maar deze mis ik (hoofdzakelijk) in deze inauguratie. Hij thematiseert dat weliswaar met de ‘vreemde ander’, maar in jouw spreken over ‘in denken, spreken en handelen’, mis ik ‘ervaring’. Ook deze moet, en wordt – als het de ervaring ‘goed’ functioneert, toch ook getransformeerd? Ik doel op de zin:

“Zo kan een transformatie in denken, spreken en handelen tot stand komen, die
nieuwe betekenissen en een nieuw handelen tevoren roept in het leven van alle
betrokkenen. Eigenheid, vreemdheid en gemeenschappelijkheid kunnen dan tot een
configuratie groeien waarin de ene dimensie de andere niet overschaduwt.”
Ik vraag dat, omdat we met een knipoog naar Jet Isarin, en denkend vanuit 1 Kor. 12, de ander als ‘een eigen ander’ kunt gaan verstaan, in plaats van een ‘vreemde ander’?
Dit is een opmerking die ik naar aanleiding van mijn eigen reflectie op de thematiek van ‘het lichaam van Christus’ zou willen inbrengen… Volgens mij past dat (getransformeerde) spreken over de ‘eigen ander’ uitstekend in de inclusieve manier van spreken over mensen met een verstandelijke handicap, binnen de gemeente, waarin men – als ze goed functioneert – elkanders als ‘elkanders leden’ verstaat. Dus de ander, is (dan) een eigen ander, en geen vreemde ander (meer). De ambiguïteit is dan in principe overwonnen.

dinsdag 22 mei 2007

Symposium


Vandaag is het symposium

In het Algemeen Dagblad staat het bericht:

Kind met Down Syndroom ’verrijking’ op school

DORDRECHT - Het is de vraag hoe lang de zevenjarige Brian van Torenburg het tempo op school kan bijbenen, maar de schoolleiding van De Regenboog aan de Noordendijk in Dordrecht is van goede wil.
Brian zit voor het tweede jaar in groep één tussen ’gewone’ kindjes in en hij heeft het Syndroom van Down. "Maar je kunt beter uitgaan van wat deze kinderen wèl kunnen dan van wat ze nièt kunnen," vindt zijn vader Ben van Torenburg.Voor Brian levert de kleutertijd op De Regenboog veel goeds op, denkt zijn vader. Zijn woordenschat is toegenomen, en hij is door de klas volledig geaccepteerd. De Regenboog heeft duidelijke afspraken gemaakt met de ouders, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. "Zolang het kind erbij gebaat is en zich kan ontwikkelen, staan we open voor een kind met een rugzak," zegt directeur F. Riet.De school heeft daar wel grenzen in gesteld. Het kind mag niet onevenredig veel zorg nodig hebben ten koste van de rest van de klas. Bovendien is er een maximum gesteld aan het aantal scholieren met een beperking. "Zolang we deze jongen in zijn ontwikkeling kunnen helpen, gaan we ervoor." Riet noemt de komst van Brian een verrijking voor de klas en voor de leerkrachten. "Je ziet kinderen ontzettend behulpzaam zijn en omgekeerd zie je dat Brian sociale vaardigheden leert." Om zich makkelijker te kunnen uitdrukken heeft Brian een sleutelhanger met pictogrammen. Daarop staan symbolen voor het toilet, fietsen, spelen in de zandbak of het wassen van zijn handen. Zijn vader: "Met kleine hulpmiddelen kom je op school heel ver."

maandag 21 mei 2007

Symposium 'Plaatsen waar plek is'

Morgen zal er een symposium, voorafgaande aan de inauguratie van dr. Herman P. Meininger, worden verzorgd aan de Vrije Universiteit. De organisator van dit symposium 'Plaatsen waar plek is. Reflecties en stimulansen voor sociale integratie' is de Stichting 's Heeren Loo.




Om 15.45 uur hoopt Herman Meininer de inaugurele rede Verhalen verbinden. Een narratief-ethisch perspectief op sociale integratie van mensen met een verstandelijke handiap uitspreken.










zondag 20 mei 2007

Het menselijk gelaat is het beeld Gods

Tertullianus over het menselijke gelaat als het beeld Gods

De relatie tot het gelaat is, om met de woorden van de Joodse filosoof Emmanuel Levinas te spreken, van meet af aan ethisch. Dat is te illustreren aan de hand van het traktaat over de openbare spelen van de apologeet deTertullianus, uit de vroeg christelijke kerk.[1] Het is misschien een merkwaardige denkbeweging, maar de relatie die hij legt tussen het menselijk gelaat en het beeld Gods is intrigerend.
Het is interessant te zien dat hij in dat traktaat het menselijk gelaat en het beeld Gods als synoniemen verstaat. “Maar u zult toch niet ontkennen, dat wat in het stadion geschiedt, ongeschikt voor is om te zien: vuistslagen, schoppen, oorvijgen en velerlei brutale handtastelijkheden en verder alle denkbare schending van het menselijk gelaat, dat wil zeggen, van het evenbeeld Gods.” (XVIII, 1) Deze uitspraak is een interessant, omdat Tertullianus de lichamelijkheid kennelijk tot het beeld Gods rekent, dit in tegenstelling tot Aurelius Augustinus(354-430) die anderhalve eeuw later leefde en ook tegen de spelen in de theaters ageerde, maar dan een andere argumentatie hanteert.

[1] Ik maak gebruik van Tertullianus, Apologeticum en andere geschriften uit Tertullianus’ voor-mantanistische tijd. Ingeleid, vertaald en toegelicht door Christine Mohrmann, Utrecht en Brussel 1951.